Doorgaan naar hoofdcontent

Verleiding











Een doodgewone doordeweekse werkdag. Niks bijzonders. Snel even tussendoor mijn zakelijke email checken. Hé, mijn werkgever gaat een programma starten om alle laptops in het bedrijf te vervangen door sexy MacBooks! Daar moet ik bij zijn. Klik hier om je aan te melden. Even ID en wachtwoord invoeren en klik op OK…. bam! Niet ok.

Een vriendelijk, doch dringend bericht van diezelfde werkgever verschijnt op het scherm. Niet zomaar op een link in een email klikken, zonder te checken of deze koosjer is. En al helemáál niet zomaar je identiteit op straat gooien door een wachtwoord in te voeren op een malafide website. De boodschap was aangekomen. Kleine zweetparels begonnen zich broeierig op mijn voorhoofd te ontwikkelen. Dat juist ík daar intuin. Mr. Sceptic himself. Door mijn professie juist altijd bedacht op dit soort email. Nu slachtoffer van een interne IBM phishing email met bijbehorend lokaas. Pure machteloosheid maakte zich van mij meester. Viel er nog wat te redden van mijn reputatie? Stilzwijgend stuurde ik het beruchte e-mailtje naar de digitale eeuwige jachtvelden, in de hoop dat het onopgemerkt zou blijven.

Diezelfde avond kon ik de slaap niet vatten. Doemscenario’s spookten door mijn hoofd. Wat nu als dit een echte phishing email was geweest op het netwerk van onze klant. Met bijvoorbeeld een link naar Ransomware. Met mijn bovengemiddelde privileges op datzelfde netwerk zou er binnen no-time een behoorlijke schade kunnen ontstaan. Devastating, zouden de Engelsen zeggen. Daar ging mijn carrière. Huis weg, vrouw weg, boot weg (slik), voedselbank, viaduct, slaapzak, goot...

Het werd een onrustige nacht.

De volgende ochtend werd ik badend in het zweet en te laat wakker. In de ochtendspits op de A2 had ik weer voldoende tijd voor zelfreflectie. Fouten maken is niet erg als je er maar iets van leert, stelde ik mijzelf gerust. Bovendien maakte de (overigens goed bedachte) IBM lokmail listig gebruik van één van de menselijke zwakheden: verleiding. Gelukkig, ik ben een mens en nog geen robot, dacht ik hardop. Trouwens, hoe zou een robot eigenlijk met verleiding omgaan? Een verleidelijke stem uit mijn telefoon gaf pardoes antwoord: "waarmee kan ik je van dienst zijn, Emiel?"

De kwaadwillende cybermedemens wordt steeds gewiekster en het business model lucratiever. As-a-Service, desnoods. Als een geoliede machine, zou ik haast willen zeggen. Dus laat je niet bedonderen door betrouwbaar uitziende elektronische post en blijf vooral waakzaam. (ja, ik blijf het zeggen hoor…)

Wellicht ten overvloede, (maar daardoor niet minder belangrijk) hierbij nog enkele tips:
  • Wees bij elke bericht en/of bijlage terughoudend. Een onpersoonlijke aanhef is al verdacht.
  • Vragen naar persoonsgegevens kan verdacht zijn.
  • Een bijlage in zip-formaat kan verdacht zijn.
  • Gebruik de optie om bestandsnaam extensies weer te geven.
  • Controleer of het email adres van de afzender betrouwbaar is.
  • Controleer of de link in een email betrouwbaar is door er met de muisaanwijzer op te gaan staan, maar niet op te klikken.
  • Bij twijfel: verwijderen. Als het echt belangrijk is, dan komt het bericht wel op een andere manier tot je.
  • Als een bericht te mooi is om waar te zijn, dan is het meestal ook niet waar.
  • Maak een scan van paspoort of rijbewijs altijd ongeldig, voordat je het bewaard of verstuurd. Identiteitsfraude kan vervelende gevolgen hebben.
'Verleiding is menselijk, maar laat je er als mens niet door leiden.'

Reacties

Populaire posts van deze blog

Beugelbekkie

“Wie mooi wil zijn moet pijn lijden”. Een veelgehoorde, goedbedoelde, maar daardoor niet minder overbodige opmerking. Vooral als het laatste deel van deze opmerking het eerste deel overschaduwt. Wat nou mooi, ik wil van de pijn af! En snel een beetje! Ik dacht niet aan schoonheid toen de kaakchirurg onder de geruststellende woorden “dit prikje kan een beetje vervelend zijn, mijnheer Janmaat” de injectienaald in mijn gehemelte boorde en ik helemaal emotioneel werd door de getroffen traanklieren. Ik had nog niet echt de “before/after” plaatjes in mijn hoofd toen ik, verblind door het operatielicht, met twee tangen en een slang in mijn mond als weerloos slachtoffer was overgeleverd aan de medische wetenschap. Wat ik wel in mijn hoofd had was het snerpende getril van een tandartsboor in het kaakbot. Het leken wel tegelzetters en ik was de vloer. Als antwoord op de vraag of het “een beetje ging” kon ik slechts de woorden “hoa, how” uitbrengen. “U doet het heel goed hoor, mijnheer Janmaat”.…

Smartphone junkie

Joehoe! Overal in de EU bellen en internetten zonder extra kosten. Gewoon uit je bundel. Dat is goed nieuws voor vakantiegangers. Heeft tante Neelie toch maar mooi voor elkaar gekregen. Waar je voorheen naarstig op zoek moest naar een vaak onveilige WiFi hotspot, nu zonder problemen Appen en Skypen vanuit je tentje, caravan of boot. Nooit meer leuren om de heilige WiFi code in een restaurant of koffietentje (is het nou een O of een nul in de code ThaisIndiaasSpec.rest@urantT0ngAU#). Ook voelde ik mij altijd wat ongemakkelijk tussen de zwerm tieners, pubers en vooral muggen bij het gezellige TL licht van de camping receptie. Daar had je immers het beste bereik. Hoe vaak heb ik al niet lopen dwalen door de gangen en trappenhuizen van een B&B of pension, op zoek naar ontvangst. Blij als een kind met slechts één streepje WiFi. Alles over voor de dagelijkse shot online media of een snuifje sociale nieuwsgierigheid. Snel een korte check weersverwachting, nieuws, email, WhatsApp of Beric…

Besteleend

De Citroën AK400, bijgenaamd: de besteleend. Niet zo gewild als de Citroën Méhari ‘terreinauto’, maar desondanks een opkomend populair model in de huidige oldtimer markt. Mijn vader had er lange tijd een. Een oranje.

Daarvoor had hij een Opel Olympia, zijn eerste auto. Daarvan was de bodem zó verrot dat deze ook kon doorgaan als Flinstone auto en je (bij wijze van spreken) zelf kon meetrappen. Niettemin bracht hij trouw elke zondag zijn moeder naar de kerk in deze luxe wagen, wat paste bij een statige en trotse vrouw van maar liefst zeventien kinderen. Ik spreek over een tijd dat er maar drie auto’s op het kerkplein stonden: die van de dokter, de pastoor en van mijn vader dus. Een tijd ook waarbij diezelfde pastoor nog de gezinssamenstelling bepaalde, ongeacht inkomen en carrièreplannen. Bij deze tsunami van katholieke zieltjes was er vaak geen financiële ruimte meer voor enige vorm van luxe, laat staan het bezit van een heuse automobiel. Het Duitse wonder der techniek van mijn vader …