Doorgaan naar hoofdcontent

Smartphone junkie

Joehoe! Overal in de EU bellen en internetten zonder extra kosten. Gewoon uit je bundel. Dat is goed nieuws voor vakantiegangers. Heeft tante Neelie toch maar mooi voor elkaar gekregen. Waar je voorheen naarstig op zoek moest naar een vaak onveilige WiFi hotspot, nu zonder problemen Appen en Skypen vanuit je tentje, caravan of boot. Nooit meer leuren om de heilige WiFi code in een restaurant of koffietentje (is het nou een O of een nul in de code ThaisIndiaasSpec.rest@urantT0ngAU#). Ook voelde ik mij altijd wat ongemakkelijk tussen de zwerm tieners, pubers en vooral muggen bij het gezellige TL licht van de camping receptie. Daar had je immers het beste bereik. Hoe vaak heb ik al niet lopen dwalen door de gangen en trappenhuizen van een B&B of pension, op zoek naar ontvangst. Blij als een kind met slechts één streepje WiFi. Alles over voor de dagelijkse shot online media of een snuifje sociale nieuwsgierigheid. Snel een korte check weersverwachting, nieuws, email, WhatsApp of Berichten gedurende die spaarzame momenten online. Als ik geluk had, een langere ronde: email, WhatsApp of Berichten, weersverwachting, nieuws, Facebook, serieuze krant, LinkedIn, email beantwoorden, financiën, verkeer, slimme thermostaat en brandmelder, kijken waar mijn vrouw uithangt en tenslotte weer email checken, want je weet maar nooit of er ondertussen nog wat is bijgekomen in de immer geduldige, maar overvolle mailbox. Nog net geen cokane, running around my brain, maar toch wel een voldaan gevoel als eindelijk alle media honger was gestild en ik met een gerust hart kon gaan slapen.

Enige tijd geleden waren we een paar dagen op vakantie in Duitsland. Mooi gebied, vriendelijke mensen maar een tikje traditioneel. Gemütlich. Nu zou je verwachten dat dit land voorop loopt met elke vorm van technologisch vernuft, maar vraag in een willekeurig pension naar de WiFi code en je wordt met grote vraagtekens aangekeken. Bitte? In geen velden of wegen ook maar enige vorm van publiek internet voorhanden, laat staan draadloos. Heerlijk, zou je kunnen denken, vooral op vakantie. Geen afleiding, maar alle tijd voor beleving. Geen noodzaak om alle ‘sociale media bordjes’ in de lucht te houden, maar wel een interessant gesprek met een goed glas wijn of bier onder handbereik. Je hebt geen keuze immers. Toch begon bij mij de onrust toe te slaan. Ontwenningsverschijnselen zou je ze kunnen noemen. Hoe zou het nu met die of die gaan? Was er nu eindelijk al eens gereageerd op die Marktplaats advertentie? Wat is mijn ‘Like oogst’ op LinkedIn en Facebook? Ik moet hoognodig wat jaloersmakende foto’s van de vakantie naar het thuisfront sturen. Huh, was dat nu een fantoom vibratie in mijn broekzak? Waar zitten we eigenlijk precies? Wie komme ich wieder in unserem gästehaus ‘Moselblick’ zurück?!

Eenmaal weer aan het werk ging het me pas opvallen. Ik was verslaafd, ook tijdens kantoortijd. En ik niet alleen. Verscholen achter menig beeldscherm, kan er elk vrij momentje ongemerkt online gescoord worden. Nu mogen we bij IBM onze smartphone zakelijk én privé gebruiken, dus zou ik me nog daarop kunnen beroepen. Maar ik vraag me serieus af hoeveel privé smartphone uren er gebruikt worden onder de baas zijn tijd. Okay, in een grijs verleden pleegden we nog wel eens een privé telefoontje op kantoor. Geen probleem natuurlijk. Ook was menig collega de krant aan het lezen of doelloos naar buiten aan het staren, onder het genot van een sigaret of slap bakkie automatenkoffie. Moet kunnen. Daar ontstaan immers ook de beste ideeën en discussies: bij de koffieautomaat of tijdens de lunchpauze. Maar wat te doen als de WhatsAppjes binnen blijven stromen en smeken om antwoord? Als de spits zich aandient, maar het filenieuws niet? Die dringende email NU beantwoordt moet worden? En gaat die gevaarlijk uitziende onweersbui nu wel of niet mijn locatie passeren? Waar ben ik eigenlijk precies? Help! I need to use my smartphone!! Now!!!

Een afkickkliniek is nog niet nodig, vind ik. (Hallo, ik ben Emiel. Ik ben verslaafd aan mijn smartphone. Lotgenoten: Hallo Emiel) Maar ik ga er wel op letten. Een echte verslaafde vindt immers dat hij best zonder kan. Cold Turkey, desnoods. Lekker avontuurlijk verdwalen in die onbekende stad met een stratengids op schoot. Zelf de route uitzoeken op een informatiepaneel langs de weg. Vragen aan een willekeurige voorbijganger waar ik in godsnaam ben of hoe ik er kom. Desnoods in het Duits. Mijn bankrekening checken met de saldofoon. Heeft er iemand nog een papieren telefoongids trouwens? Geduldig die bui afwachten in een tochtige portiek; hij waait vast wel over. Lekker een dagje zomaar lanterfanten of een echt boek van papier lezen. Net zo lang in de krochten van mijn slinkende geheugen gaan graven tot ik de naam van die vergeten zanger van dat ene nummer weer weet op te diepen. Bij pech onderweg naar de dichtstbijzijnde ANWB praatpaal…o nee.

En natuurlijk bij elk momentje vrije tijd, niet automatisch recidiveren maar lekker gaan fantaseren over weer een nieuw artikel op een of ander sociaal medium.

 



Reacties

Populaire posts van deze blog

Beugelbekkie

“Wie mooi wil zijn moet pijn lijden”. Een veelgehoorde, goedbedoelde, maar daardoor niet minder overbodige opmerking. Vooral als het laatste deel van deze opmerking het eerste deel overschaduwt. Wat nou mooi, ik wil van de pijn af! En snel een beetje! Ik dacht niet aan schoonheid toen de kaakchirurg onder de geruststellende woorden “dit prikje kan een beetje vervelend zijn, mijnheer Janmaat” de injectienaald in mijn gehemelte boorde en ik helemaal emotioneel werd door de getroffen traanklieren. Ik had nog niet echt de “before/after” plaatjes in mijn hoofd toen ik, verblind door het operatielicht, met twee tangen en een slang in mijn mond als weerloos slachtoffer was overgeleverd aan de medische wetenschap. Wat ik wel in mijn hoofd had was het snerpende getril van een tandartsboor in het kaakbot. Het leken wel tegelzetters en ik was de vloer. Als antwoord op de vraag of het “een beetje ging” kon ik slechts de woorden “hoa, how” uitbrengen. “U doet het heel goed hoor, mijnheer Janmaat”.…

Besteleend

De Citroën AK400, bijgenaamd: de besteleend. Niet zo gewild als de Citroën Méhari ‘terreinauto’, maar desondanks een opkomend populair model in de huidige oldtimer markt. Mijn vader had er lange tijd een. Een oranje.

Daarvoor had hij een Opel Olympia, zijn eerste auto. Daarvan was de bodem zó verrot dat deze ook kon doorgaan als Flinstone auto en je (bij wijze van spreken) zelf kon meetrappen. Niettemin bracht hij trouw elke zondag zijn moeder naar de kerk in deze luxe wagen, wat paste bij een statige en trotse vrouw van maar liefst zeventien kinderen. Ik spreek over een tijd dat er maar drie auto’s op het kerkplein stonden: die van de dokter, de pastoor en van mijn vader dus. Een tijd ook waarbij diezelfde pastoor nog de gezinssamenstelling bepaalde, ongeacht inkomen en carrièreplannen. Bij deze tsunami van katholieke zieltjes was er vaak geen financiële ruimte meer voor enige vorm van luxe, laat staan het bezit van een heuse automobiel. Het Duitse wonder der techniek van mijn vader …